Vasculaire neurologie

Herseninfarct/TIA

Bij een herseninfarct bestaat er een afsluiting van een bloedvat in de hersenen waardoor een gedeelte van de hersenen onvoldoende of geen bloedtoevoer krijgt.

De verschijnselen zijn afhankelijk van het gedeelte van de hersenen waar de bloedtoevoer gestoord is, en kunnen bestaan uit een scheve mond, een verlamming of een doof gevoel in een arm en/of been, of problemen met praten en slikken. Ook kan er verlies van gezichtsvermogen optreden. Bij een gestoorde bloedtoevoer in de hersenstam of de kleine hersenen kunnen er ook bijvoorbeeld draaiduizeligheid, evenwichtsproblemen en dubbelzien optreden en in een zeer klein gedeelte van de gevallen ook bewustzijnsverlies of –vermindering.

Als de verschijnselen kort duren, en binnen een dag geheel hersteld zijn, noemen we dit een TIA (Transient Ischemic Attack). Het verschil tussen een herseninfarct en een TIA is dus dat bij een TIA de klachten bijna altijd restloos verdwijnen, terwijl er bij een herseninfarct vaak blijvende schade aan de hersenen optreedt en de klachten langer duren en er in meer of mindere mate vaak blijvende klachten zijn.

Oorzaken

Een herseninfarct of TIA is een van de uitingen van hart- en vaatziekten, vaak veroorzaakt door aderverkalking (atherosclerose). De meest voorkomende risicofactoren voor het krijgen van een herseninfarct of TIA zijn: hoge bloeddruk (hypertensie), suikerziekte (diabetes mellitus), roken, hoog cholesterol, overgewicht, hart- en vaatziekten in de familie, en aderverkalking in de halsvaten. Een herseninfarct of TIA kan ook veroorzaakt worden door een bepaalde hartritmestoornis (atriumfibrilleren) of door een aandoening van de kleine bloedvaten in de hersenen.

Acute behandeling van een herseninfarct

In de eerste 4,5 uur na het krijgen van een herseninfarct, kan geprobeerd worden om het afgesloten bloedvat weer te openen. Dit gebeurt door het toedienen van een sterk stolsel-oplossend middel via een infuus. Dit heet een iv-trombolyse-behandeling.

Als er een groot bloedvat in de hersenen afgesloten is, kan ook geprobeerd worden om deze plek direct met een katheter te bereiken. Er wordt dan een katheter (slangetje) via een bloedvat in de lies ingebracht en opgeschoven naar de hersenen. Met de katheter wordt het stolsel uit het bloedvat verwijderd en het bloedvat weer open gemaakt. Deze behandeling heet ia-therapie. Dit is een nieuwe methode die slechts in een beperkt aantal centra in Nederland wordt uitgevoerd, waaronder MUMC+. De behandeling vindt plaats door een team van de neurologie, radiologie, interventie-radiologie en anesthesiologie. De behandeling moet starten binnen 6 uur na het krijgen van het herseninfarct.

Uit onderzoek is gebleken dat deze 2 acute behandelmethoden de kans op blijvende restschade na een herseninfarct reduceren, met een betere kans op goed functioneren in het dagelijks leven. Het is dus belangrijk om bij beroerteverschijnselen zo snel mogelijk naar het ziekenhuis te komen (bel 112), omdat de tijd waarin een acute behandeling gestart kan worden beperkt is, en het effect van de behandeling met de tijd minder wordt.

Late behandeling van een herseninfarct

Zo snel mogelijk na de acute opvang zal gestart worden met revalidatie. Hierbij kunnen een fysiotherapeut, ergotherapeut, logopedist, revalidatiearts, maatschappelijk werker, en psycholoog betrokken zijn. Vaak blijven er, ook na revalidatie, restverschijnselen over. Ook moeheid en veranderingen in het geheugen en denkvermogen, en veranderingen in emotie en gedrag, komen vaak voor.

Voorkomen van een nieuw herseninfarct

Na het doormaken van een herseninfarct/ TIA worden er medicijnen voorgeschreven om de kans op een nieuw herseninfarct of TIA zo klein mogelijk te maken. Ook vindt er onderzoek plaats naar de meest voorkomende risicofactoren.

In de meeste gevallen zal een trombocyten aggregatieremmer worden voorgeschreven. Dit is een medicijn dat de bloedplaatjes minder snel aan elkaar doet plakken en de kans op het onstaan van bloedstolsels in de bloedvaten van de hersenen kleiner maakt. Als er bij u sprake is van een hartritmestoornis, zoals boezemfibrilleren, zal in veel gevallen gekozen worden voor antistolling waarbij het bloed ontstold wordt. Welk medicijn u voorgeschreven krijgt, zal door uw behandelend arts beslist worden. Is er bij u sprake van een te hoog cholesterol en/of te hoge bloeddruk dan zullen ook deze met medicijnen behandeld dienen te worden.

Ook kan het zijn dat er sprake is van een vernauwing van een halsslagader als gevolg van aderverkalking als oorzaak voor het herseninfarct of TIA. Dit kan worden vastgesteld door middel van het verrichten van een echo of scan van de halsvaten. Indien hier sprake van is, zal de vaatchirurg in veel gevallen kunnen opereren.

Verder wordt een gezonde levenswijze geadviseerd: niet roken, veel bewegen, gezond eten en weinig alcohol drinken.

De TIA-service in het MUMC+

Patiënten met een TIA worden of direct op de spoedeisende hulp beoordeeld, of kunnen door de huisarts telefonisch aangemeld worden bij de TIA-service. De TIA-service bestaat uit een dagopname waarbij alle onderzoeken op één dag verricht worden en behandeling ter voorkoming van een nieuwe TIA/herseninfarct direct wordt opgestart. De TIA-service heeft een toegangstijd van maximaal 3 dagen. U wordt gezien door een verpleegkundig specialist of arts in opleiding tot neuroloog. Hij/zij stelt u vragen en verricht een neurologisch en lichamelijk onderzoek. Daarnaast zal u een CT of MRI scan van de hersenen krijgen, bloedonderzoek, hartfilmpje (ECG) en een onderzoek van de halsvaten.

Meer informatie hierover kunt u vinden onder “patiëntfolders” : TIA: analyse/onderzoek.

CVA nazorg poli

Uit onderzoek blijkt dat veel mensen na een beroerte nog diverse klachten hebben; ook na langere tijd. Bijvoorbeeld op het gebied van emoties, denken, geheugen, zien, praten of handelen.

Om deze lange-termijn-gevolgen in kaart te brengen en u, en uw familie, ondersteuning te bieden in de chronische fase na de beroerte, wordt zes maanden na het ontslag uit het ziekenhuis een afspraak ingepland bij de CVA verpleegkundige van de Nazorgpoli CVA. Dit om te vragen hoe het met u gaat en eventueel ondersteuning aan te bieden bij klachten.

 Meer informatie hierover kunt u vinden op: CVA nazorg poli

.